Seventies
-
Dit decennium wordt ook wel de kritische of ‘kritische’ jaren zeventig genoemd. Er ontstaat een protestcultuur waarin het idealisme van politiek links domineert met acties tegen traditionele gezagsverhoudingen en voor democratisering van de samenleving. Ook de roep om een ingrijpende hervorming van de gezondheidszorg klinkt steeds luider.
Scroll verder
-
In 1971 slaat het boek Wie is van hout… Een gang door de psychiatrie van psychiater Jan Foudraine (1929-2016) in als een bom. Foudraine keert zich tegen klassieke medische behandelingen van psychische stoornissen met psychofarmaca en electroshock. Zijn boek speelt een belangrijke rol bij het ter discussie stellen van de autoriteit van artsen.
-
Ook rollen de eerste kritische consumentenboeken over geneesmiddelen van de pers, zoals De Medicijnenstrip van Ivan Wolffers en de Gids Geneesmiddelen in Nederland voor arts en gebruiker van Lucas Reijnders e.a.. En dit in een tijd dat bijsluiters nauwelijks leesbaar zijn en nogal eens in opdracht van de voorschrijvend arts door de apotheker uit de verpakking worden gehaald.
-
De keerzijden van de nieuwe, eerder bejubelde geneesmiddelen voor de behandeling van psychische stoornissen en klachten worden voor een groot publiek zichtbaar. De beloftevolle ‘pillen voor de geest’ mogen dan psychiatrische patiënten helpen min of meer een normaal leven te leiden, maar ze hebben ook vervelende bijwerkingen die de kwaliteit van leven verminderen. Vooral de jonge generatie psychiatrische patiënten voelt zich vastzitten in een 'chemische dwangbuis', waaruit het moeilijk is los te komen.
-
Volgens de anti-psychiatriebeweging (1970-1985) moet deze vorm van chemische lobotomie een halt toegeroepen worden. Deze brede beweging van artsen, verpleegkundigen, psychologen en cliënten ziet de psychiatrie als een etiketten- plakkend en pillen-strooiend verlengstuk van een ziekmakende, op productie en welvaart gerichte samenleving.
-
Rustgevende pillen als Librium en Valium afficheren zij als ‘dwangbuizen van deze maatschappij’ die het productieproces draaiende houden, ten koste van de zelfontplooiing van het naar welzijn snakkende individu.
-
Het startschot wordt gegeven van het ‘Ik-tijdperk’ met zijn grenzeloze individualisme. Tijdens de landelijke actieweek psychiatrie Baas in eigen Brein in februari 1979 krijgt de roep om verandering gestalte in het uitroepen van de ‘Valium vrije vrijdag’.
-
De voor die tijd kenmerkende hang naar zelfontplooiing uitte zich in een streven naar gelijkheid én waardering voor het ‘andere’, het afwijkende. ‘Geestesziekten’, waaronder depressie, worden in de Nederlandse samenleving geleidelijk aan uit de taboesfeer gehaald. Dit zorgt ervoor dat huisartsen en psychiaters meer oog krijgt voor het ‘normale’ in de geesteszieke en het ‘pathologische’ in ‘normale’ mensen (“onrustige zielen”).
-
De psychologisering van psychische aandoeningen in de jaren zeventig gaat hand in hand met medicalisering van alledaagse levensproblemen en het verschuiven van de grens tussen ‘normaal’ en ‘afwijkend’ gedrag. Daarbij blijft de vraag naar psychofarmaca onverminderd groot. Paradoxaal genoeg wordt daarmee in de ‘kritische’ jaren zeventig het fundament gelegd voor de groei- en bloeiperiode van de diagnose van depressie en het gebruik van antidepressiva in de jaren negentig.
-
Ondanks de grote maatschappelijke veranderingen en de toenemende invloed van het feminisme blijft in de reclame voor psychofarmaca de vrouwelijke patiënt dominant. De huisvrouw maakt nu echter plaats voor vrouwen in andere situaties, bijvoorbeeld een nachtelijke pianospeelster.
-
De psychologische beïnvloeding blijven reclamemakers met veel verve gebruiken met de patiënt op de voorgrond (“beschutting en bescherming voor rusteloze mensen”) of door gemakkelijk herkenbare visuele vergelijkingen (“brengt de golven van emotie tot bedaren” en “zijn emoties meetbaar”).
Einde