Kinine
Cinchona officinalis
Kinabast en kinine hebben een rijke geschiedenis en speelden een belangrijke rol in de strijd tegen malaria. Hoewel hun gebruik in de moderne geneeskunde is afgenomen door de ontwikkeling van nieuwe malaria medicijnen, blijft hun historische en medische waarde onmiskenbaar. De isolatie van de zuivere stof kinine markeerde een belangrijk moment in de medische geschiedenis en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de koloniale expansiedrift van Europa.
Kinabast, ook bekend als Cinchona-bast (Cortex Chinae), is afkomstig van de Cinchona-boom (Cinchona officinalis), die van origine voorkomt in Midden-Amerika en Zuid-Amerika, met name in Peru en Ecuador. De plant gedijt in bergachtige gebieden.
Afbeelding: ‘Cinchona officionalis.’ Iconographic Collections, Wellcome Collection.
J. E. van Someren Brand. De Groote Cultures Der Wereld: Haar Geschiedenis, Teelt En Nuttige Toepassing (1906).
In de 19e eeuw zijn de zaden van de Cinchona-boom overgebracht naar India, Ceylon en Indonesië. De bomen zijn op grote schaal op plantages aangeplant. Maar het kinine gehalte in de bast was relatief laag (tot 3%). De Engelse landbouwer en avonturier Charles Ledger (1818-1905) wilde daar verandering in brengen. Hij huurde de Peruaan Manuel Incra Mamani in om een betere soort te vinden. In 1865 vond Mamani een boom met een hoog gehalte kinine. Hij verzamelde zaden en gaf ze aan Ledger, die ze naar zijn broer George in Londen stuurde. George bood de zaden eerst aan bij de Kew Royal Botanical Gardens, maar wegens gebrek aan belangstelling verkocht hij vervolgens de zaden aan de Nederlandse overheid. De zaden werden meteen gezonden naar ‘s Lands Plantentuin in Bogor, in het toemalige Nederlands-Indië. Daar werden ze met succes opgekweekt en als soort bekend onder de naam Cinchona Calisaya Ledgeriana, met wel 10 tot 13% kinine gehalte in de bast. Hiermee zorgden de Nederlandse planters voor een enorm concurrentievoordeel op de internationale kinabast markt. Tot de onafhankelijkheid van Indonesië in 1948 was Nederlands-Indië de belangrijkste mondiale producent van kinabast voor de productie van kinine.
J. E. van Someren Brand. De Groote Cultures Der Wereld: Haar Geschiedenis, Teelt En Nuttige Toepassing (1906).
Historisch gebruik Kinabast
De ontdekking van kinabast als medicijn gaat terug tot de inheemse bevolking van de Andes. Zij kende de geneeskrachtige en met name koorts onderdrukkende eigenschappen van de bast al lang voor de aankomst van de Europeanen. In de 17e eeuw brachten Spaanse jezuïeten de Peruviaanse bast naar Europa, waar het zogenaamde ‘jezuïetenpoeder’ of ‘Kin kina’ een populair middel werd tegen koortsen en malaria. De broer van de bekende Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens (1629-1695) hoorde bij de vroege gebruikers van het poeder van kinabast. In de achttiende eeuw vormde kinabast een standaard onderdeel van de plantaardige ingrediënten voor geneesmiddelen.
Kinabast extract. Collectie Universiteitsmuseum Utrecht
Cinchona boomstam, Java (eind 19e eeuw). Collectie Universiteitsmuseum Utrecht.
Chemische isolatie zuivere stof kinine
In 1820 slaagden de Franse apothekers Pierre Joseph Pelletier en Joseph Bienaimé Caventou erin om de zuivere stof kinine uit kinabast te isoleren. Deze doorbraak maakte het mogelijk om kinine op industriële schaal te produceren en op grote schaal te gebruiken als geneesmiddel tegen malaria.
Kinine (begin 20e eeuw). Collectie Stichting Farmaceutisch Erfgoed.
Kinine als malaria geneesmiddel
Kinine werd lange tijd beschouwd als het belangrijkste geneesmiddel tegen malaria. Het werkt door het doden van de malariaparasieten (o.a. Plasmodium vivax) die zich in de rode bloedcellen van geïnfecteerde personen bevinden. Hoewel kinine niet alle symptomen van malaria verlicht, was het een essentieel middel in de behandeling en voorkoming van de ziekte. De koloniale expansie van Europese landen (o.a. Engeland, Frankrijk en Nederland) in de negentiende eeuw werd mogelijk gemaakt door de ruime beschikbaarheid van kinine voor de koloniale legers en ondersteunende diensten. Door de tijd heen bouwde de malariaparasiet echter resistentie op tegen kinine en moesten nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld worden.
Illustrations of parasites that cause malaria (1901). Wellcome Collection.
Kinine en nieuwe malariamiddelen
Kinine is tegenwoordig grotendeels vervangen door modernere antimalariamiddelen zoals chloroquine, hydroxychloroquine, artemisinine, artemether en lumefantrine. Kinine wordt soms nog ingezet bij de behandeling van ernstige malaria, vooral wanneer andere geneesmiddelen niet beschikbaar of effectief zijn. Voorts wordt kinine nog gebruikt in tonics vanwege zijn bittere smaak. Tijdens het discotijdperk was tonic met name populair vanwege de fluorescerende eigenschappen van kinine bij ultraviolette straling. Het neon-kleurig tonic glas had seks appeal.
Tonic Water. Wikimedia.
Veiligheid en voorzorgsmaatregelen
Net als de meeste andere geneesmiddelen heeft ook kinine bijwerkingen. Deze kunnen variëren van mild (bijv. misselijkheid en hoofdpijn) tot ernstig, zoals hartritmestoornissen en nierfalen. Daarom mag kinine alleen in zeer kleine hoeveelheden buiten medisch toezicht worden gebruikt (bijvoorbeeld om tonic zijn bittere smaak te geven).