Een atypische Nederlandse man

Een atypische Nederlandse man

Een atypische Nederlandse man In: De Collegezaal

Als kind is de man over het algemeen gezond: hij krijgt soms een paracetamol tegen koorts of hoofdpijn en heel af en toe antibiotica tegen een bacteriële infectie. Verder loopt hij twee keer de virusziekte kroep op waarvoor hij dexamethasontabletten krijgt. Als tiener ontwikkelt hij hooikoorts en moet hij elke lente en zomer regelmatig geneesmiddelen gebruiken om zijn allergie te onderdrukken.

In zijn tienerjaren krijgt hij opnieuw antibiotica voor incidentele bacteriële infecties, waaronder chlamydia, een seksueel overdraagbare aandoening. Hij begint op zijn achttiende met roken en geeft deze gewoonte na verschillende pogingen om te stoppen pas op na zijn zeventigste. Als gevolg van het jarenlang roken is hij gevoelig voor luchtweginfecties, waarvoor hij antibiotica krijgt.

Als dertiger en veertiger wordt hij geplaagd door migraine en probeert hij verschillende behandelingen. Een aantal maanden probeert hij uit pure wanhoop preventieve geneesmiddelen om te voorkomen dat de migraine zo vaak terugkeert. Hij neemt ook regelmatig ontstekingsremmers tegen de hoofdpijn, waardoor hij een aantal jaar van tijd tot tijd last heeft van zijn maag. Ook hiervoor gebruikt hij medicatie.