Simplicia

De gapergalerij

Simplicia

Verkennen
Een selectie van medicinale grondstoffen
icon

Lorem ipsum

Tot het midden van de 20ste eeuw bestonden de werkzaamheden van de apotheker voornamelijk uit twee taken: de bereiding van geneesmiddelen en de verstrekking van deze geneesmiddelen aan patiënten. Als je ziek werd, kon je een arts raadplegen, die indien nodig een recept voor een geneesmiddel voorschreef. Dat recept bracht je naar de apotheker, die het geneesmiddel volgens het door de arts vermelde recept bereidde. Medicijnverstrekking was maatwerk.

Vroeger werden alle geneesmiddelen in de apotheek bereid, nu nog maar zo’n vijf procent

Sinds de opkomst van de farmaceutische industrie, vanaf de 19de eeuw, worden steeds minder geneesmiddelen in de apotheek zelf bereid. Vandaag de dag wordt nog maar één op de twintig afgeleverde medicijnen nog in de apotheek bereid, bijvoorbeeld omdat een middel, toedieningsvorm of dosering niet, niet meer, of onvoldoende wordt geleverd door de farmaceutische industrie, of maar kort houdbaar is. ‘Medicijnen op maat’, bericht op Apotheek.nl, 13-12-2018. Ondanks de industrialisering is de ‘kunst’ van de artsenijbereiding, zoals het maken van geneesmiddelen vroeger werd genoemd, dus nog steeds actueel.

Verschillende stadia van geneesmiddelvoorziening: linksachter worden kruiden gezocht, die door de vrouw met de stok en de mand op de rug naar de apotheek worden gebracht. Rechts in de apotheek stampt een man in een vijzel geneesmiddelcomponenten fijn. Links komt een man aanlopen met een recept in de hand, terwijl de apotheker aan de man in het midden een geneesmiddel overhandigt. Op de luiken van de apotheek staan Cosmas (rechts) en Damianus (links) afgebeeld, de beschermheiligen van artsen, apothekers en andere beroepen uit de medische sector. Peter Troschel, Titelpagina voor J.H. Cardilucius, Neuaufgerichtete Stadt- und Land-Apotheke. Prent, ca. 1677.

De grondstoffen voor de artsenijbereiding zijn wel veranderd in de loop van de tijd. Tegenwoordig werken apothekers met gesynthetiseerde en biotechnologisch geproduceerde grondstoffen, die nauwkeurig gedoseerd kunnen worden. Vroegmoderne apothekers werkten met ‘drogerijen’, grondstoffen uit de drie rijken der natuur: planten, dieren en mineralen. Delen van planten bijvoorbeeld konden als droge producten vrij eenvoudig worden geproduceerd, verhandeld en opgeslagen. Drogerijen werden onder meer gebruikt als voedingsmiddel, genotsmiddel, voor verfbereiding en voor de bereiding van geneesmiddelen. Het woord ‘drogerij’ hangt zowel samen met het Nederlandse woord ‘droog’ als met woorden voor ‘geneesmiddel’ in bijvoorbeeld het Frans (‘drogues’) en het Engels (‘drug’). http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/drogerij

Vroegmoderne apothekers haalden hun grondstoffen, ‘simplicia’, uit de drie rijken der natuur: planten, dieren en mineralen

Drogerijen die in de apotheek werden gebruikt, werden simplicia genoemd. Dat betekent ‘individuele, onvermengde substanties’. Het gaat dan bijvoorbeeld om bloemen, zaden, wortels, basten, gommen en harsen van planten, dierlijke vetten, hoorns, uitwerpselen, mineralen of metalen. In het vroegmodern Latijn dat in de apotheek werd gebruikt werden de grondstoffen ingedeeld in vegetabilia, animalia en mineralia, naar de drie rijken der natuur waar ze uit afkomstig waren. Naast simplicia gebruikten apothekers composita zoals tincturen, stropen, oliën en poeders. Deze ‘halffabricaten’ bestonden uit een of meerdere simplicia en een of meerdere hulpstoffen, bijvoorbeeld vulstoffen, smaakstoffen en bindmiddelen. Ze werden vooraf bereid zodat de apotheker ze altijd bij de hand had. Zowel simplicia als composita konden op zichzelf als geneesmiddel worden gebruikt, maar vaker werden ze gecombineerd tot andere geneesmiddelen.

Het titelblad van Nicolaes Lemery’s standaardwerk Woordenboek of algemeene verhandeling der enkele droogeryen toont de natuurlijke oorsprong van de grondstoffen die in de apotheek werden gebruikt. Zo liggen opium en andere planten linksvoor op de grond. Op de tafel rechts verbeelden onder meer schelpen, ertsen en koraal het mineralenrijk. In het doorkijkje links zijn dieren als de bever en de bezoargeit te zien. Rechts op de achtergrond worden in een werkplaats composita bereid. François van Bleyswijck, Titelpagina voor Nicolaes Lemery, Woordenboek of algemeene verhandeling der enkele droogeryen. Prent, 1743. Amsterdam, Rijksmuseum, obj.nr. RP-P-1996-233. Reproductie: Rijksmuseum. CC0 1.0. Bewerkt.

Het titelblad van Lemery’s Woordenboek werd gemaakt door François van Bleyswijck. Hij liet zich duidelijk inspireren door de afbeeldingen van individuele planten en dieren in de originele, Franse uitgave: onder meer de bever, het judasoor en de carannaboom werden door Van Bleyswijck gekopieerd voor het tafereel in het doorkijkje linksachter. Judasoor werd in zijn geheel gebruikt in de apotheek, van de carannaboom de gom. Van de bever werd de uitscheiding uit een bepaalde klier gebruikt, die in de originele, Franse uitgave van Lemery’s Woordenboek ook werd afgebeeld. Links:
N. Lemery, Traité universel des drogues simples, mises en ordre alphabetique (Parijs: Laurent d'Houry 1732), planche XXX, figure 6.

Midden:
N. Lemery, Traité universel des drogues simples, mises en ordre alphabetique (Parijs: Laurent d'Houry 1732), planche XXIV, figure 4.

Rechts:
N. Lemery, Traité universel des drogues simples, mises en ordre alphabetique (Parijs: Laurent d'Houry 1732), planche II, figure 14.

De diversiteit aan drogerijen die een apotheker op voorraad moest hebben was enorm: de meeste apothekershandboeken met kracht van wet noemden honderden grondstoffen. Voor veel grondstoffen vormde de aanlevering geen probleem: apothekers hadden vaak een eigen kruidentuin waaruit zij verse planten konden oogsten, of zij konden terecht bij lokale leveranciers. Voor buitenlandse grondstoffen was de aanlevering problematischer: simplicia uit overzeese gebiedsdelen werden aangeleverd via lange aanvoerroutes met veel tussenstations. De aard en kwaliteit van zulke simplicia kon daardoor variëren.

Apothekers moesten kennis hebben van honderden grondstoffen, uit binnen- en buitenland

Apothekers waren bij de inkoop van hun grondstoffen aangewezen op kennis, niet van de natuur, maar van handelsproducten: de apotheker moest weten hoe hij de verschillende drogerijen moest onderscheiden, hoe hij vervalsingen kon herkennen, en hoe hij de geschiktheid en kwaliteit moest beoordelen. Het mocht, in de woorden van de Delftse arts Pieter van Foreest (1521-1597), niet zo zijn dat hij “noch de kruiden noch de drogerijen noch de materialen en al datgene dat tot de kunst van de geneesmiddelbereiding behoort niet perfect op zijn duimpje kent,” en daarom zou moeten vertrouwen op de kennis “de kruideniers die de kruiden zoeken of op de drogisten, die gewoonlijk ongeleerde mensen zijn.” Regionaal Archief Alkmaar, 0685 Inventaris van het archief van de familie Van Foreest, 1422-1979, inv.nr. 33. In dit handschrift uit ca. 1596, getiteld Van der empiriken, lantloeperen ende valscher medicijns bedrog, gestelt in seven boeken, schreef Pieter van Foreest: “noch die cruyden noch die droggen noch die materialen niet perfect op sijn duym heeft, ende al tgene dat tot den conste der apteeckeerijen behoort” en “den cruyeniers die den cruyden soecken of op die droggisten die gemeenlick ongeleerde mensen sijn”. Geciteerd in H.A. Bosman-Jelgersma, Vijf eeuwen Delftse apothekers: een bronnenstudie over de geschiedenis van de farmacie in een Hollandse stad (Amsterdam: Ronald Meesters 1979), p. 53.

De productkennis van een vroegmoderne apotheker verschilde dus fundamenteel van die van de apotheker van tegenwoordig: hij moest praktische kennis hebben, niet van de grondstoffen als natuurlijke producten, maar als handelsproducten. Maar om wat voor soort grondstoffen ging het? En hoe zagen ze er uit? Zo’n vijftig simplicia werden voor deze online tentoonstelling gefotografeerd. Samen laten ze zien hoe veelkleurig en veelzijdig de grondstoffen waren die in de vroegmoderne apotheek werden gebruikt. Vaak lijken het onooglijke brokjes en stukjes van planten of gesteenten, maar achter ieder simplex schuilt een verhaal.